vrijdag 3 juli 2020

Wat is er met Uiltje.

Mama beer is in de keuken aan het werk en hoort Beertje al uit de verte roepen.

Mam, mam kom snel er is iets met Uiltje, maar mama hoort niet goed wat Beertje allemaal roept.

Mam, mam, kom snel en Beertje holt hijgend de keuken binnen.

Mam, mam,

Beertje, zegt mama, wees eens even stil en vertel nu langzaam wat er is, zo begrijpt mama niet wat je allemaal wil zeggen.

 

Beertje haalt diep adem en zegt, mam kom snel mee. Uiltje ligt op de grond en hij zegt dat hij pijn heeft.

Kom snel mee mam. Mama loopt met Beertje mee het bos in naar de grote boom waar Uiltje woont.

 

Daar, daar is het mama roept Beertje opgewonden.

Mama loopt naar Uiltje toe en ziet dat hij er een beetje zielig bij ligt.

Wat is er gebeurd? vraagt mama beer aan Uiltje. Ik ben tegen een tak opgevlogen, ik zag de tak niet goed zegt Uiltje met een zielig stemmetje..

Mama beer kijkt eens naar Uiltje, hij heeft een grote buil op zijn hoofd.

Hoe komt dat Uiltje, dat je de tak niet goed meer zag? vraagt mama beer, weet ik niet zegt Uiltje een beetje zielig.

Weet je, zegt mama tegen Beertje ik denk dat ik weet wat er is met Uiltje.

Beertje haal jij eens die rode doos hij staat onder in de kast.

 

Beertje holt terug naar huis en komt met de rode doos aangerend.

Zo, zegt mama beer. Uiltje doe deze eens op je neus.

En mama beer geeft hem een bril, nou zie ik niets meer zegt Uiltje, o, ik zie het al dat is een zonnebril daar heb je niets aan zegt mama beer.

En deze, probeer deze eens?

Uiltje zet hem op en roept, ooo ik zie de takken en wat is het hier mooi.

Ha ha zegt mama beer ik dacht het al, je ogen zijn gewoon niet zo goed meer en nu met een bril zie je alles weer heel erg goed.

 

Dank u wel mama beer zei Uiltje, hé Beertje nu kan ik jou ook weer goed zien.

 

Mama beer en Beertje gingen weer naar huis. En Uiltje, die was erg blij, hij kon nu alles weer goed zien.

 

© 2006    Patricia 2006                                                  



maandag 20 april 2020

Beertje Stippel komt logeren


Beertje Stippel komt logeren.



Mam, mam, riep Beertje vanuit zijn kamertje, wanneer komt Stippel nu!

Kom maar even hier heen Beertje zo hoor ik je niet goed, riep mama terug.

Beertje rende naar de keuken en vroeg nog eens aan mama wanneer Stippel nu kwam.

Stippel is het neefje van Beertje en als het vakantie is komt Stippel altijd bij Beertje logeren.

Morgen komt Stippel met zijn mama hier heen en dan blijft hij een weekje bij ons zei mama beer tegen Beertje.

Hoi, hoi, riep Beertje.

Weet je wat, zei mama, ga maar vast het bedje op je kamer klaar maken voor Stippel.

Even later hoorde Mama beer een hoop lawaai vanuit het kamertje van Beertje komen. Ze ging maar eens kijken wat Beertje allemaal aan het doen was.



Toen mama beer in Beertjes kamertje kwam, moest ze wel lachen, want Beertje had zijn hele kamer overhoop gehaald, zijn bed was uit elkaar, de kast had hij verschoven, het was één grote verhuizing in zijn kamer geworden.



Beertje wat ben je toch allemaal aan het doen? vroeg mama beer, alleen een bedje voor Stippel moet erbij komen de rest kan gewoon blijven staan, zei mama tegen Beertje.



Nou, zei Beertje, eigenlijk niet hoor mama, want muisje Piep en Uiltje willen ook komen logeren als Stippel er is.

Mmmm, zei mama, maar dat kan niet zoveel bedjes in je kamertje.



Even dacht mama na, ik weet iets Beertje zei mama beer.

Ruim eerst even alles op en ga dan eens die hele dikke deken halen uit onze kamer die leggen wij dan op de grond, dan kunnen jullie allemaal op de deken gezellig bij elkaar liggen, is dat een idee? vroeg mama aan Beertje.

Jaaaa, juichte Beertje, gezellig mam,  dat mijn vriendjes allemaal in mijn kamer mogen logeren.



Beertje en mama beer maakte samen, één heel groot bed.

En Beertje verlangde dat het al de volgende dag zou zijn.



© Patricia      2006